de Volkskrant, zaterdag 21 juni 1997
Amsterdamse funderingen bedreigd
Het onderzoek naar mogelijke schade als gevolg van de aanleg en exploitatie van de noord-zuidlijn van de Amsterdamse metro is volstrekt ontoereikend, stelt
V.J. de Waal

V.J. de Waal is directeur van Walinco puls- en heibedrijf

IN ROTTERDAM (Heinenoord) wordt op dit moment een tunnel geboord en dezelfde techniek wil men in Amsterdam toepassen bij de aanleg van de noord-zuidlijn van de metro. Beide projecten staan op dit moment in de belangstelling vanwege de toegepaste techniek. Ik maak mij in verband met dit laatste project zorgen over de oude gebouwen in Amsterdam. Deze bezorgdheid is reëel, gezien de veelheid van gevallen waarbij ik benaderd word in verband met schade door ondergrondse werkzaamheden. Op 5 juni kwam het Projectbureau Noord-Zuidlijn met een interessante publicatie over de bodemdaling ten gevolge van de boortechniek. Inzake de invloed op het gedrag van de houten palen in de omgeving werden slechts summiere mededelingen gedaan. Er werd verteld dat de zakking van houten palen gering zou zijn. Verder zou (tijdens de werkzaamheden) ten gevolge van een vermindering van de spanning in de grond nabij de paalpunten geen extra zakking optreden. Niet besproken werd dat bovendien een vermindering van de draagkracht van de palen optreedt. Deze schade kan voor het oog onzichtbaar zijn, maar kan zeker door metingen worden vastgesteld. De zichtbare schade kan pas na jaren optreden. Ook kan de schade zich openbaren wanneer de metro gaat rijden en trillingen gaat veroorzaken, of wanneer de huiseigenaar (ver)bouwactiviteiten gaat ontplooien.

     De meeste oude houten funderingen in Amsterdam zijn niet in orde. Veel palen (tientallen procenten) zijn overbelast. Een groot deel (vooral in de Pijp en in de binnenstad) van deze palen zullen bij geringe aantasting van de draagkracht onmiddellijk aanzienlijk zakken. Volgens mondelinge opgave van het projectbureau zijn de proefpalen die bij Heinenoord zijn geplaatst niet tot een dergelijk hoge waarde belast. De opgegeven zakkingen zijn dus geen maat voor de Amsterdamse situatie. Een verzoek om technische informatie inzake de spanningen in de bodem voor en na het tunnelboren werd niet gehonoreerd. Dit is kennelijk een gevoelig punt. Het projectbureau is van plan funderingsonderzoek te doen, om na te gaan welke funderingen te zwak zijn. Deze funderingen zouden dan versterkt worden. Helaas biedt een funderingsonderzoek geen uitsluitsel. Dergelijke onderzoeken worden om redenen van kosten altijd steekproefgewijs gedaan. Het resultaat is slechts een indicatie met veel onzekerheden. Bij onzekerheid kan om financiële redenen eigenlijk niet voor versterking van de fundering worden gekozen. Er zullen dan ook veel zwakke funderingen overblijven die niet worden versterkt, maar wel beschadigd zullen worden. Derhalve is de door het projectbureau voorgenomen versterking van slechte funderingen een oplossing voor slechts een deel van de problemen. Als voorziening tegen schade wordt verdor genoemd het voortdurend bewaken van de oude gebouwen en het eventueel stopzetten van het boorproces. Uit de beschikbaar gestelde gegevens kan geschat worden, dat stagnatie van het proces, inclusief gevolgkosten, meer dan een miljoen gulden per dag kost. Hier is sprake van een discrepantie met de funderingsschade aan oude panden ter grootte van bijvoorbeeld honderdduizend gulden per huis van vijf meter breed. Verondersteld mag worden dat het boren pas wordt stopgezet als een waar slagveld van schadegevallen ontstaat. De bedoelde bewaking van het boorproces is dus alleen geschikt voor eventuele fijnafstemming van het boorproces.

     De genoemde publicatie van het projectbureau gaat uit van computermodellen van grond, belaste palen en een tunnelboring. Dit model wordt vergeleken met de situatie in Heinenoord. Het model is een sterk vereenvoudigde vorm van de werkelijke situatie. De werkelijke situatie is bijzonder gecompliceerd en kan niet exact nagerekend worden. Modellen van gecompliceerde situaties worden ook in andere vakgebieden gebruikt, bijvoorbeeld voor de weersvoorspelling, kernenergiecentrales en voor atoombommen. Een overeenkomst tussen deze voorbeelden is dat de resultaten vele keren getoetst moeten zijn aan het experiment, voordat er op het model vertrouwd kan worden. En ook dan nog zijn de resultaten wel eens onjuist. Bij ondergrondse werken zijn er veel voorbeelden van ongelukken. In Nederland is nu een experiment met het boren van een tunnel gaande. In dit stadium is er onvoldoende duidelijkheid om de beslissing te nemen het centrum van Amsterdam aan het volgende experiment bloot te stellen. Daarnaast is de algemene ervaring dat door tal van uitvoeringsproblemen regelmatig afwijkingen van de theoretische berekeningen ontstaan. Oorzaken daarvan kunnen zijn menselijke fouten, afwijkingen van de verwachte bodemgesteldheid, obstakels in de grond en bijzondere weersomstandigheden.

     Naast het tunnelboren wordt voor de metrobouw ook gebruik gemaakt van diepe bouwputten met diepwanden en boorpalen. Voor deze werkzaamheden gelden alle genoemde problemen eigenlijk nog in sterkere mate dan voor het tunnelboren, omdat de wanden zeer dicht bij de paalfunderingen gepland zijn en omdat het om plaatselijk zeer grote volumes aan te verwijderen grond gaat. Bovendien is er steeds sprake van een kostenafweging inzake voorzieningen voor het voorkomen van schade en het risico van het optreden van schade. De hoge kosten van de voorzieningen maken het meestal aantrekkelijk deze risico's te nemen. Naar mijn ervaring veroorzaakt dit soort technieken regelmatig schade aan funderingen. In het algemeen worden bouwprojecten technisch beoordeeld door een instantie die onafhankelijk is van zowel opdrachtgever als ontwerper. Bij dit grote ingrijpende en gevaarlijke project is deze objectieve toets afwezig. Gezien de ontbrekende ervaring met het boren langs slechte funderingen en de slechte ervaringen met diepe bouwputten voorzie ik onheil voor de oude Amsterdamse funderingen.